|
Controleer de hartslag om de hartslag te voelen. Bij kleinere honden is het soms gemakkelijker om de hele hand rond het onderste gedeelte van de borstkast direct achter de ellebogen te leggen. Tel het aantal slagen per vijftien seconden en bereken de hartslag per minuut. De slagen moeten krachtig en regelmatig zijn. De hartslag versnelt na lichamelijke inspanning, oververhitting, bij hartproblemen, bij shock en na pijn. Als u geen hartslag voelt, bereidt u zich voor op reanimatie. Uw hond in bedwang houden honden zijn angstig en kunnen veel pijn hebben. Soms moet u de hond zelfs muilkorven (een 'muilkorf' van een das of een panty voldoet ook). Een redelijk rustige hond die bij bewustzijn is en kan staan, kan verder in bedwang worden gehouden door hem tegen uw borst aan te houden met een arm losjes rond zijn nek. Spreek rustig en zacht tegen de hond tijdens een onderzoek. Leg de hond plat op zijn zij. Controleer de ademhaling te voelen. Als u geen beweging voelt, houdt u een doekje voor de neus van de hond om de ademhaling te controleren. Onder normale omstandigheden ademt een hond in rust tussen de 15 en 30 keer per minuut. De ademhaling van een hond is sneller en oppervlakkiger bij oververhitting, pijn, shock en hartproblemen. Als uw hond niet ademhaalt, controleert u zin hartslag en pols en bereidt u zich voor op het toepassen van kunstmatige ademhaling en/of hartmassage. (Bron: De Honden Fluisteraar) |